“Take a seat please, we are not finished yet”
Eureka! Opeens wisten we het, bij twijfel: gewoon DOEN!. Zoals we hebben geleerd deze reis. Dus, vanuit Luang Prabang gingen we ineens met een bus door de bergen, langs kliffen, bergdorpjes, prachtige uitzichten, weggezakte stukken berg en adembenemende landscapes naar: Vientiane!
Vientiane is werkelijk een prachtige stad (we hebben hier welgeteld het busstation gezien EN een toerist-onvriendelijke-pinautomaat) alvorens wij lucky bastards de laatste 2 plekkies in een VIP Slaapbus richting Pakse hadden bemachtigd. Nog even een lange neus getrokken naar de andere backpackers die in de verkeerde VIP Slaapbus terecht waren gekomen vol met vliegen, zweetlucht, geen airco en muffe matrassen. En dat alles dankzij 50-50 in US dollar en Laos’ Kip te hebben betaald. Tsja, tsja ondanks de onvriendelijke pinautomaat (we hebben eeecht al onze pasjes geprobeerd, zelfs Air Miles en de AH Bonuskaart!) toch het geld bij elkaar kunnen schrappen om de rit te veroorloven.
Tegen onze verwachting in heerlijk geslapen in de slaapbus tezamen met 3 Thai-en op een 5-persoons matras! Eenmaal in Pakse aangekomen ‘n heerlijk hotelletje gezocht om zo onszelf de tijd te gunnen om de trip naar de 4000 Islands (Si Phan Don) uit te zoeken. Snel de avondmarkt nog even bekeken, en de dag erop naar Don Khone, een van de 4000 eilandjes. Door de aftandse minivan opgepikt en netjes afgezet, bleken eveneens een van de betere deals te hebben gemaakt. In de minivan Yvonne ontmoet, een Duitse lerares die in Libie les geeft aan Duitse expats, echt leuk!
Met de longtailboot-taxi van het vaste land richting Don Det en vervolgens onze bestemming: Don Khone. Duurde allemaal even, er werden namelijk wat reisgenoten op de boot verteld dat ze nog voor de boot moesten betalen (terwijl ze dat al hadden gedaan). We hebben de meest simpele hut genomen, hartstikke lache! Zelfs het slot op de deur doen nam ’n knappe minuut in beslag. Heerlijk gaan lunchen met uitzicht op de Mekong en plots schoof Yvonne aan! De volgende dagen hebben we gezellig met z’n 3-en opgetrokken. Watervallen gezien, het pittoreske strandje, restaurantjes uitgecheckt, ’n kitten-pluizend-aapje bekeken en ‘n mooie scene meegemaakt toen we geld wilde wisselen. De tieners van het wisselkantoor waren aan het poolen, dus al puffend kwam er eentje naar me toe, niet erg blij ogend met de ‘klant’. Na m’n uitleg kwamen de woorden “Just two seconds please”, het bleek dat het de kerel z’n beurt was tijdens het poolen! Na een minuutje verder zonder reactie kwam de uitleg: “Take a seat please, we are not finished yet”. Jullie begrijpen het al, dat ging geen deal worden ;-). De zeldzame zoetwater Irrawarry Dolfijnen hebben we helaas ook niet gezien...
Na de 4000 Islands (wat praktisch tegen Cambodja ligt) zijn we Cambodja ingegaan. De bus bleek kapot te zijn toen iedereen en alle bagage erin zat, ging ‘m niet worden dus. Daarom werd een grote traktor met twee rijen stoelen als vervangend vervoer opgetrommeld. Bij de grens aangekomen Laos verlaten, wat ons wel $2 p.p. kostte voor het stempeltje! Dat was nog niet zo raar, (we waren al gewaarschuwd) Cambodja spant de kroon!
Voordat je het land in mag staan er twee mannen-in-doktersjassen je op te wachten met een temperatuurmeter, je moet eerst een “gezondheidstest” doen. Stelt niets voor, je gegevens invullen en temperatuur meten a $1 p.p. Dan door naar het visum-standje, je visum halen (welke natuurlijk $3 duurder is dan hoort) en vervolgens ook nog betalen voor je stempel op je visum a $2 p.p. Ze doen goede zaken, zullen we maar zeggen! Onze adem hebben we maar even ingehouden, omdat we vreesde voor een extra adem-tax!
Enfin, de bus stond op ons te wachten, en toen we er allemaal waren, stond hij nog steeds op (ons?) te wachten. Zo’n klein 1,5 uur later als de onbekende planning, ging hij op pad. De delen van Cambodja die we gezien hebben waren erg -uh- boomloos! Na een ontzettend lange rit met een overstap kwamen we ’s nachts rond 1 uur aan in Siem Reap (we waren om 8u ’s ochtends vertrokken). Een tuktuk stond ons al op te wachten, een vriend van een van de mannetjes in de bus. Ze wisten nog ’n goed hostel, ja.... Dat ontzettend goede hostel, daar zijn we de dag erna gelijk uitgecheckt om er eentje te vinden welke wij goed vonden ;-). In Siem Reap de Night Market bekeken, heerlijk gegeten en onze dagtrip naar Angkor Wat geboekt.
Ondanks dat we onszelf maar een dag de tijd hebben gegeven om Angkor Wat te bezoeken moeten we toch toegeven dat het inderdaad zwaar indrukwekkend is. Je kunt hier gemakkelijk een week zonder te vervelen door ruines dwalen. Probeer dan echter wel de eettentjes te vermijden, van die hordes “wilt-u-echt-niet-iets-drinken-eten-kopen-kijken-toch-niet-drinken-echt-niets-kopen-of-eten-misschien?” schreeuwende mensen kom je namelijk moeilijk af. Behalve als je een tuktuk hebt: en die hadden wij! Instappen en wegwezen muhahahaha!
Na de vele ruines en de prachtige zonsopkomst waande we ons in het Khmer-tijdperk. Tijd dus om weer richting de bewoonde wereld te gaan, met de tuktuk de meest onmogelijk straatjes door!
Dat ook aan Siem Reap een einde zou komen was duidelijk, we moesten relatief snel richting Phenom Penh (met de VIP bus, die wel bus, maar niet VIP bleek te zijn, al kostte hij wel VIP). Aldaar heerlijk gegeten in het Friends restaurant, nadat we netjes bij de bus werden opgepikt door een tuktuk-bestuurder met onze namen op een A4-tje. Service van en tot aan de deur! De dag erop richting het vliegveld om richting Bangkok te vliegen. Onze tuktuk-bestuurder kreeg onderweg nog een bekeuring (rijden zonder helm is hier blijkbaar ook verboden voor eigen volk, in plaats van alleen voor toeristen).
Aangekomen op het Internationale vliegveld van Phenom Penh, (om een indruk te geven hoe groot dat wel niet is: binnen de minuut hadden we alle taxfree winkels bezocht!) ingecheckt en onze Departure Fee weer betaald (was nog duurder dan ons visum – wie zegt dat Zuidoost Azie goedkoop is?? :-P).
Veilig aangekomen in Bangkok, ondanks de lichte turbulentie tijdens het landen. Dat landen, dat had Carleen niet helemaal meegekregen, wat resulteerde in een fijngeknepen arm en een behoorlijk angstige blik op de stoel naast me, richting mij. Bleek dat we behoorlijk wind mee hadden, of een piloot die heel nodig naar de wc moest, op een vluchtduur van 1u en 10 minuten hadden we welgeteld 20 minuten ingelopen! Hulde! Dat soort mensen zoekt de NS!
In Bangkok onze treintickets geregeld richting Zuid-Thailand op het ons welbekende station. De volgende morgen kwamen we aan in Surat Thani waar we een bus-boot ticket (na ons take-it-or-leave-it-aanbod) voor een goede prijs geregeld hebben richting Ko Samui. Aangekomen in Na Thon op Ko Samui een Chaweng (taxi) gepakt richting Mae Nam Beach. Hier zijn we vervolgens geinstalleerd in ons 10-stappen-van-de-zee-op-het-strand-beach-bungalow, en meteen de zee ingedoken. De 7 dagen daarop kunnen worden omschreven als: hap, plons, rug, buik, plons, oh! Insmeren, plons, hee iets bruiner!, fruitshake, zonnen, plons, luchtbedje mishandelen, plons, slaap. Heerlijk dus!
Na twee dagen kwamen er twee Nederlandse families aan, dat klonk bekend! Gedaan met de rust dachten we, maar dat bleek onterecht! Een familie was na een dag spoorloos verdwenen, en de andere familie was ontzettend gezellig! Mochten zelfs nog meehelpen met het oplaten van de papieren-balonnen, superleuk! (Foto’s zetten we online) Ook nog even lopen stoeien met de jongste van de drie kids, die met kleding en al het water in ging! Mooie tekening gehad, en de afspraak gemaakt dat we de kids een weekendje gaan vermaken in de randstad! Een uitdaging (waar we dol op zijn!), aan de woorden van de moeder te horen “Jullie weten niet waar je aan begint”, haha!
Morgen gaan we op naar Ko Phang-Ngan, geen gerecht van de Chinese menukaart, maar het eiland Noordelijk gelegen van Ko Samui. We gaan onszelf 4 dagen proberen te verwennen in een resort, welke we werkelijk tegen een dumpprijs hebben weten te boeken... Onderhandelen kunnen we nog steeds :-D. Dit allemaal dankzij de gulle gevers van het kado voor Carleen d’r verjaardag, afgelopen jaar! Nogmaals, ontzettend bedankt!
Omdat we hier en daar wat berichtjes krijgen over onze terugkomst in Nederland (iets waarover we pas op de dag zelf eens gaan nadenken) hierbij de gegevens voor het welkomstcomitee:
Datum: vrijdag 20 augustus 2010
Vluchtnummer: CI 065 (Bangkok to Amsterdam)
Aankomsttijd: 09.10 u ’s ochtends
Extra: tot dan!
Azie, Zeer Interessante Ervaringen!
... en daarom een Azie Special voor jullie! Het lange wachten wordt dus goed beloond ;-).
Maar, allereerst allemaal een fijne zomer(vakantie) toegewenst, we hopen dat de stefanencarleen reisbijbel jullie op goede ideeen heeft gebracht. Naar aanleiding daarvan, mocht iemand ons pad kruisen, laat het ons gerust weten! Niet op vakantie maar toe aan wat zon? Neem gerust contact met ons op... het is ons de afgelopen tijd ook gelukt om wat zon naar Nederland te sturen (desondanks geven we geen zongarantie af).
Naast de tuk-tuk ritjes zijn er nog veel meer “must-do’s” in Bangkok waaronder Chinatown, de Skytrain, Kho-San Road (een soort Lloret de Mar) en de longtailbootjes. Omdat we graag alles beleven, kozen we voor de alles-in-een-optie namelijk: fietsen met Co van Kessel. Dwars door Bangkok en omgeving. Omdat ze wisten dat wij kwamen, waren er wel 4 gidsen geregeld voor slechts 3 deelnemers, hoe mooi wil je het hebben? J We hebben onze ogen uitgekeken tijdens deze dagvullende fietsrit, dwars door keukens, woonkamers, marktjes, over betonne pijlers, straatvuil, slobwijken, tempels etc. etc. Terugkomend op de eerste alinea: een vakantietip ;-)
Omdat we nog meer plannen hadden hebben we Bangkok ingeruild voor Kanchanaburi; bekend om de River Kwai-bridge welke we natuurlijk bezocht hebben. En voor 1 euro per persoon hebben we ook het Jeath War Museum bezocht. Intrigerende geschiedenis, maar een triest verhaal. De busrit naar Kanchanaburi was ook wel leuk, alle Thaien zijn namelijk erg behulpzaam. Zo hebben we drie keer het station rondgewandeld omdat iedereen de opstap-plek van onze bus beter leek te weten, intussen hebben we wel 1000 verschillende creatieve manieren gehoord om geld aan ons te verdienen.
Na deze eerste Thaise ervaring buiten Bangkok, zijn we richting Lopburi gegaan, wat bekend staat om de apeninvasie. Jullie begrijpen het al Stefan voelde zich helemaal thuis! Rondje over de avondmarkt gelopen en heerlijk gegeten, apen bewonderd die een gestolen vest probeerde aan te trekken, aan electriciteit kabels bungelde, ofwel: overal waren. Erg leuk om te zien. De busrit met de lokale bus naar dit apenparadijs was een belevenis op zich. We werden door iedereen aangestaard en elke beweging werd goed geobserveerd, blijkbaar zijn Westerlingen op de lokale bus schaars.
De chauffeur had ons verzekerd dat hij ons naar Lopburi zou brengen, waar we dus ook voor hadden betaald. Geheel niet tot onze verbazing, moesten we twee keer overstappen en dus plots 2x betalen. Stefan in zijn beste Thais tegen de kaartverkoopster uitgelegd: ”We hebben in de vorige bus al betaald tot Lopburi”. Na heel wat heen en weer te hebben gecomminuceerd werden we met de woorden “fiet-fiet” gratis op onze bestemming de bus uitgedirigeerd. Zeer interessant...
Om ons cultureel verantwoorde programma actueel te houden zijn we vanuit Phitsanulok naar de ruines van Sukhothai historical park afgereisd. Deze ruines behoren tot King Ramkhamhaeng, volgens velen de grondlegger van de Thaise geschreven taal. Indrukwekkend om te zien, hebben er heerlijk gewandeld en alle mensen die een fiets hadden gehuurd uitgelachen. Daarna langs de weg op een bus gewacht, waar geen bushalte was, maar waar de bus wel stopt. Rarara hoe vind je hier in Thailand de bushaltes?
In de bus met hulp van de locals de bijna blinde busconducteur uitgelegd waar we stoppen wilden. Een ervaring op zich, en prima gelukt met behulp van de locals... In het kader daarvan: onze eerste treinrit in Thailand was ook grappig; we kregen ineens van een “airhostes” eten, drinken en koekjes in ons handen gedrukt. Vooral blijven lachenJ Bleek achteraf dat we er waarschijnlijk wel voor hadden betaald, dat je uberhaupt opties hebt bij het boeken wisten we niet, men verteld daar namelijk niets over als je een ticket boekt. Dus dat weten we in het vervolg. Toch heeft het goed gesmaaktJ
Na al dit moois stond de volgende trip voor de deur, op naar het welbekende Chiang Mai. En wel met de trein, ZONDER maaltijden ;-). Was een mooie en lange rit, van de ene verbazing in de andere. Azie is een Eyeopener. Nadat we de rit met de kakkerlakken hadden overleefd werden we op het station van Chiang Mai hartelijk welkom geheten met de woorden: “Hello, taxi?, taaxxiii?, HELLO YOU, TAAAAAXXIIII!!!?? U begrijpt het al, de kado gekregen iPod is ten volle benut!
In Chiang Mai hebben we een oud-collega van Carleen d’r moeder ontmoet. Eigenlijk, twee oude collega’s, maar dat wisten we vooraf nog niet. Een van de collega’s woont in Chiang Mai en runt een Mini Resort samen met zijn Thaise vrouw. Nadat we bij ons Guesthouse werden opgepikt, hebben we een hele dag met hen mogen optrekken, iets wat we echt ontzettend leuk vonden!
Nadat we een heerlijk Hollands bakkie ophadden, gingen we op pad voor een lokale lunch. Nog nagenietend daarvan, zette we koers richting de Hot Springs. Heerlijk met z’n viertjes zitten baderen en genoten van de Hot Springs. Daarop ging de telefoon en vroeg de andere oud-collega of we wilde blijven eten, hetzij onder een voorwaarde: dat we een potje badminton zouden spelen. Onmogelijk om zo een uitnodiging te weigeren! Voordat het zover was, hebben we eerst nog een mooie tempel bezocht in de omgeving, en onze ogen uitgekeken naar de jonge Monks die daar liepen bij de school, wederom een mooie ervaring! Voor het heerlijke eten verloren met badminton, misschien moeten we toch weer meer gaan sporten ;-).
De provincie Chiang Mai, in het Noorden van Thailand gelegen, staat bekend om zijn keuken, dus hebben we gelijk maar een kookcursus gevolgd! Onze heerlijke gerechten gaan we uiteraard ook thuis proberen te herproduceren... Naast een bezoekje aan de bekende tempel Wat Doi Suthep-Pui hebben we eveneens een Monkchat gedaan, een vrije sessie waarin je vragen mag stellen aan de Monks die in de Wat Chedi Lang wonen. Dit om hun Engels te verbeteren en een goed inzicht te krijgen in wat het Boedisme precies inhoudt. Een unieke ervaring, en iedereen aan te raden!
Nog voordat we deze stefanencarleen Reisbijbel Azie Special online zette, werkte hij al! We kwamen namelijk een oud-collega van Carleen tegen, Pauline! Met z’n drieen zijn we op pad gegaan richting Pai. Onze prehistorische bus-die-alles-wat-vervoerd-moest-en-kon-worden, meenam brulde al krakend en piepend de gammele bergweggetjes op en neer. We zijn blij dat we goed zijn aangekomen!
In Pai vervolgens scooters gehuurd en langs de Lisu- en Karen Hilltribes gegaan, mooie watervallen bezocht en een duik genomen, doorgescooterd naar een uitzichtspunt op een berg, het zwembad opgezocht en, een tempel of 3 bezocht (de WK-Finale hebben we het niet meer over). Werkelijk een geweldige tijd gehad met z’n drieen!
Helaas komt overal een einde aan, dus moesten we na onze gezamelijke rit terug richting Chiang Mai elkaar alweer uitzwaaien. Daarop zijn wij als een komeet richting Chiang Rai gegaan. Bij het busstation heerlijk staan afdingen met de s?rng·t?a·ou (gedeelde taxi) bestuurders. Samen met twee Belgische stelletjes probeerde we een goede prijs te krijgen, die kregen we niet. De goede prijs geldde alleen bij 10 mensen in de s?rng·t?a·ou. Daarop zijn we met z’n 6-en (tegen de zin in van de chauffeur) bij 4 lokale Thaise vrouwen in de s?rng·t?a·ou gaan zitten. Goede prijs it was!
’s Avonds genoten van een heerlijke maal op de Night Market, welke heel sfeervol was in Chiang Rai, en gekeken naar een Traditionele Thaise dansact. Dankzij de tip van de oud-collega’s in Chiang Mai, hebben we de volgende ochtend de Wat Rong Khun (de Witte Tempel) bezocht. Een indrukwekkende tempel welke meer dan de moeite waard is om te bezoeken. Dit eenmansproject van Chalermchai Kositpipat zou ongeveer in 2070 klaar moeten zijn, dankzij de hulp van 67 kunstenaars. Deze tempel staat met stip op nummer 1 in onze “Must-See” lijst!
Omdat de dagen op beginnen te raken, en Schiphol bijna roept zijn we vanuit Chiang Rai met de bus naar Chiang Kong (een plaatsje aan de Thailand-Laos grens) gegaan. Op deze bus Angus en Nadine leren kennen waarmee we samen de Mekong-river hebben overgestoken naar Huay Xai, en zo dus Laos ingegaan.
Na veel wikken en wegen besloten om in plaats van de bus de Slow boat naar Luang Prabang te nemen. Deze boot vaart in 2 dagen over de Mekong-river naar Luang Prabang. Een mooie tocht waar je schilderachtige landschappen ziet, afgelegen dorpjes en zelfs buffalo’s & olifanten langs de rivier!
Na een overnachting in Pak Beng zijn we weer een avontuur rijker in Luang Prabang aangekomen.
Luang Prabang is een romantisch stadje gelegen aan de Mekong- en Nam Khan river. Dit stadje staat bol van de Franse architectuur, verwijzend naar het verleden. De romantische aanblik maakt dit een prima vakantieplekje. De lokale ‘Night Market’ is super, vol met lokale kunst en vooral veel eten. Eindelijk hebben we weer overheerlijke stokbroodjes kunnen scoren!
Samen met Angus en Nadine, Christian en Elke hebben we een dag uitgehangen rondom de plaatselijke watervallen. Heerlijk gebaderd terwijl de visjes onze voeten schoonmaakte (lachuh!). Met z’n 6-en veel tijd gespendeerd en genoten! Erg leuk om nieuwe contacten op te doen en reiservaringen uit te wisselen.
Het hoogtepunt van Luang Prabang is ongetwijfeld onze “2-daagse Mahout Experience“. Een 2-daagse tour waarin je wordt ‘opgeleid’ tot Mahout, een olifantenbegeleider c.q. verzorger. Wat een on-ge-lo-fe-lij-ke ervaring! Na een korte cursus waarin alle commando’s worden uitgelegd hebben we zelf een olifant mogen begeleiden. Daarna een 1 uur durende tocht gemaakt over heuvels en door rivieren op de rug van de olifant. ’s Middags plaatselijke watervallen bezocht en ’s Avonds met onze knieen op de oren van de olifanten, hun naar hun overnachtingsstekje in de jungle gebracht. Een ervaring om nooit meer te vergeten.
Overnacht in de Olifanten-lodge,’n parel van een plekje met een briljant uitzicht. Goed geslapen om ’s ochtends vroeg de olifanten weer op te halen uit de jungle. Wederom op de nek van je “eigen” olifant hem de weg gewezen, dit keer naar de rivier. Het was namelijk hoogtijd om de olifanten eens heerlijk in bad te stoppen! Carleen had er een zware dobber aan, haar olifant zat namelijk compleet onder de modder omdat ze was uitgegleden. Desondanks hielp ze Carleen wel een beetje, het was namelijk de enige olifant die kon duiken! Erg grappig om alleen Carleen d’r hoofd te zien en een slurf boven water... We hebben genoten van de olifanten, en ze heerlijk verwend!
Voor nu zijn we toch echt bijna helemaal blut... We twijfelen aan het plan om Cambodja in te gaan (om geld uit te sparen) alvorens het Zuiden van Thailand te bezoeken. Stiekem hopen we meer dan een eilandje te kunnen bezoeken, maar financieel is het een grote puzzel. We houden jullie op de hoogte...morgen vertrekken we met de bus naar Vientiane vanaf daar moeten er dus weer beslissingen gaan vallen. Voor ons een vraag ... helaas geen weet....
De foto's volgen later... :-)
Elk afscheid betekent de geboorte van een mooie herinnering (S. Dali)
Wat een ge-wel-dige laatste dagen hebben we inAustraliëgehad zeg, genoten van de Sunshine Coast, door Brisbane gescheurd (en een niet te vermijden TOL-weg bereden...), de gekte in Surfers Paradise / Gold Coast bewonderd, Koffie gedaan in Coffs Harbour, geprobeerd Walvissen te spotten, wereldkampioen Surfen jaloers gemaakt, Gosford aangedaan, Nowra en uiteindelijk gecrashed in Sydney. Juist ja, dat was de plek waar we ons Australie-avontuur ook begonnen!
Het laidback-dorpje Byron Bay, staat bekend als de plek om trekkende walvissen te spotten en is het surf-walhala voor bijna iedere backpacker. U raadt het al, niets van dat alles hebben wij hier gezien. Wij zouden onszelf niet zijn, als we het niet voor elkaar hadden gekregen om beide toch te proberen. In onze opinie, scheen het licht van de vuurtoren in Byron Bay te fel voor de walvissen (de dolfijnen leken hier niet door gehinderd) en was juist het strand van Lennox Head het surfparadijs van 2010. Hoe het is ons is afgegaan? Kijk bij de foto’s ;-)
We houden van spanning en garanties en dus gingen we op safe... een walvisspotter, met al 4 jaar lang een 100% garantie op het zien van walvissen moet succesvol zijn. En dat was ook, na wel drie uur rondvaren, de hele kustlijn afgespoord te hebben, al op de terugweg naar de haven, tickets voor de volgende dag al bijna uitgeschreven (voor het eerst in 4 jaar!), kwamen we toch twee walvissen tegen. Precies op het punt waar we onze tocht waren begonnen. Kennen we dit niet al? Adembenemend mooi!
Genoeg tours, tijd voor de kennissen tours. In Gosford hebben we tante Didy bezocht. De tante van Loes, waar Carleen en Loes twee jaar geleden ook op bezoek zijn geweest. Het was een geweldige dag, compleet met een heerlijke lasagne lunch en ‘s avonds tosti’s. Ook haar zoon met familie was op bezoek, super leuk om ook hun te ontmoeten (nog meer kennissenJ). Tussen het eten door zijn we gaan kijken naar eten, het voeren van de pelicanen. Erg leuk om te zien. Zelfs nog even koffie gedronken met zijn alle en een rondje over de fancy fair gelopen. Daarna naar een mooi lookout-punt, waar we de kids even hebben uitgeput, met een grote kleuter erbij die de boel op gang hielp.
Na dit geweldige bezoek, was het tijd voor ons volgende bezoek. Namelijk in Norwa bij Miep en Ted. Miep is een vriendin van de moeder van Stefan. Werden hartelijk ontvangen, hebben met z’n 4-en heerijk gegeten met ‘n Nederlands tintje (appelmoes, bloemkool en aardappels), Nederlandse TV gekeken, veel gekletst en verwend met een eigen slaap- en badkamer.
Na deze verwennerij stond ‘s ochtends de volgende verrassing op ons te wachten: ontbijt met hagelslag en beschuit! Na het ontbijt hebben we snel de camper spik en span gemaakt zodat we genoeg tijd over hadden om met Ted de omgeving te verkennen. En dat was niet mis, mooie waterval gezien, lekker gelunched en nog een mooi lookout-punt bezocht met uitzicht over Norwa en omliggende dorpen.
Time flies when you’re having fun, de twee dagen waren zo voorbij en dus was het tijd om onze weg naar Sydney te vervolgen. Natuurlijk wel de scenic route genomen over de Sea Cliff Bridge (een brug die boven de oceaan hangt), gaaaf! Bij aankomst in Sydney zjin we erachter gekomen dat 3,5 maand de weg zoeken loont! We hadden ons drop-off punt voor de Campervan best snel gevonden! Hulde aan de navigator!
Toen op met al onze camping-gear naar het hostel in Darling Harbour. Was een beetje teveel om met z’n tweeen te dragen, dit was ook de mening van de Flight-Steward (Dave) die we op straat tegenkwamen en ons spontaan een handje gaf. Top! Dat is mede waarom we Australie zo waarderen!
Aangekomen in het hostel, gelijk maar gevraagd waar we voetbal konden kijken. Dit omdat in heel Gosford geen bar openbleef voor de wedstrijd van Nederland (wat nou goede banden met Nederland? ;-)). Bleek er in Darling Harbour (3 minuten lopen) een compleet FIFA-Fan Festival in de haven te zijn, hoppa! Gezellig met 19.850Australiërs, zo’n 250 Nederlanders (waaronder Carolien met haar Australische partner Brody, erg leuke en gezellige mensen!!), en een paar verloren Japanners de wedstrijd gekeken. De Japanners na de wedstrijd niet meer gezien ;D. De andere dagen stonden in het teken van Sydney beleven. Veel gezien, gelopen, gezien, gelopen, gelopen, geregeld, niet geregeld (jaja,kampeerspullenniet weten te verkopen) en verder uuh, genoten!
Soms.., soms heb je geluk, en ditmaal hadden we dat! Eens in het jaar is het Sydney Vivid-festival. Daarbij verlichten ze onder de noemer ‘Lighting the Sails’ het Opera House (en zijn er nog vele andere activiteiten in de stad). Zo kwam het dat we tot diep in de nacht hebben staan kijken naar alle mooie kleuren die het Opera House aannam. Verder hebben we ein-de-lijk onze Hungry Jacks (voor de Europeanen: Burger King) Familybox op! Een familiemenu welke ze in Nederland ook moeten introduceren...
Tussen al het geniet- en vakantievierwerk door, heeft Carleen ook nog in de Botanic Gardens met uitzicht op het Opera House en de Harbour Bridge (we willen het niet nog mooier maken dan het al is), in een lekker temperatuurtje met een heerlijke muffin een sollicitatiebrief gemaakt (Heel, heel erg goed nieuws uit Nederland: Carleen heeft de baan gekregen!). De laatste dag, een verdrietig moment in onze reis (het regende, correctie: het kwam met containers uit de hemel), lekker gelunched met uitzicht op het Opera House. Paddy’s market bezocht, de State Libary en de Monorail uitgeprobeerd. Datdanweerwel...
Van Bye-bye naar Thai!-Thai! Na een heerlijk ontspannen vlucht van zo’n 9,5 uur even de beentjes gestrekt in Taiwan. En na een uurtje weer doorgevlogen van Taipei naar Bangkok. Eerste indruk: Deze terminal was in januari ook al zo klam en warm! Op het vliegveld ons hostel uitgezocht, ja... iene-miene-mutte (we hadden werkelijk geen idee waar het beste plekje was), maar uiteindelijk gevonden! Lekker centraal in Bangkok, Hua Lampong treinstation en vlakbij het stadion, Chinatown en een paar miljoen tuk-tuks.
Onze eerste wandeling van het hostel naar het winkelcentrum was werkelijk briljant! In de hitte (dat wel) langs garages, slapende mensen op de stoep, over de weg, tussen de brommers door, langs eettentjes, tuk-tuks, noem het maar op. We kijken erg uit naar de laatste 2 maanden van onze reis, kris-kras door Azie!
We houden jullie op de hoogte! Jullie ons ook? ;-)
UPDATE: ons Australische mobiele nummer is vervangen door een Thaise:+66807793085. Test-berichtjes zijn altijd welkom! ;-)
Is het wel winter?
Als je reist maak je kilometers, dat is een ding wat als een paal boven water staat. Sinds ons vorige bericht hebben we zo’n kleine 6000 kilometer afgelegd. Jawel, reizen in Australie vergt tijd! Maar niet zoveel tijd als sommige mensen claimen. We hebben namelijk bewezen dat je met twee ‘coureurs’ en een gemiddelde snelheid van zo’n 85 a 90 kilometer per uur, in 2 dagen tijd makkelijk 2000 kilometer kan afleggen. Goed, dat we er 26 uur over deden geeft aan dat we misschien nog wel ietsjes sneller hadden kunnen rijden ;-)...
Kakadu National Park was een geweldige ervaring! Ondanks destrubbelingenmet het budget en onze verleiding om toch een tour te boeken werden we verrast door een externe hulplijn. Het bleek niet mogelijk om de meeste touristische attracties als de Jim Jim Falls en Yellow River te bezoeken, waarom? Omdat alles nog blank stond, floodways (die kennen we nog). De wegen waren even tijdelijk rivieren. Prachtig voor ons, nu hoefden we geen kosten te maken voor een tour, en gewoon met onze eigen tweewielaangedreven (i.p.v. 4WD) op pad. Geweldige zonsondergang gezien bij Ubirr (een plek waar een deel van Crocodile Dundee opgenomen schijnt te zijn - als ware kenners herkende we dit natuurlijk gelijk, NOT). Misschien toch een keer de film gaan kijken...
Een door ons overreden slang, bewonderde leguanen, bosbrandjes, floodways en Aboriginals verder, was Kakadu weer achter ons, en zetten we koers richting Litchfield National Park. Maarrrrr, plots doemde daar de bordjes ‘Crocodile Jumping Cruise’ op, verleidelijk! We konden er niets aan doen, maar onze U’ll Be Q nam de afslag al voordat we het zelf doorhadden. Een pluspuntje, na het boeken van de cruise mochten we gratis koffie en thee! DUS: beide een bakkie of 3 op. Stelletje Nederlanders dat we zijn..
De tour kreeg een prachtige wending, alle waarschuwingen over niet teveel over de railing hangen respijt, hadden we een bijna-kamikaze-medetourganger aan boord. Tijdens het spotten van een nestje jonge Krokodillen (waarbij de moeder ons waakzaam aan bleef staren) viel aan de andere kant van de boot de fotocamera van onze bijna-kamikaze-medetourganger overboord. Voordat iedereen het zich realiseerde, stond hij al met een been overboord om z’n camera te pakken... Het is dat de tourguides er gelijk op af sprongen, maar anders hadden de Krokodillen niet alleen Buffel te eten gehad... Sommige mensen.
Na al deze spanning was het tijd om wederom te relaxen. En waar kun je dat beter doen dan in Litchfield National Park? Wisten wij ook niet, dus dit werd onze bestemming! Litchfield is een prachtig park met veel watervalletjes, riviertjes en meertjes, het mooiste van allemaal is dat je in bijna allemaal kunt zwemmen! Jazeker, gratis zwembaden inclusief vissen (die af en toe in je benen proberen te happen, grappig!), overweldigend uitzicht en lichtelijke stroming. U begrijpt het al: wij hebben het er even van genomen... Zelfs nog een kleine Wallabi gezien, zulke mooie beestjes!
Na al dit mooie geweld kwam onze we-willen-in-2-dagen-2000-kilometer-bekijken-tocht eraan. Huppakee, zo sta je van midden Australie (Katherine) ineens aan de oostkust (Townsville). Lekker douchen, hapje eten en de volgende dag op richting de Noord-Oostkust: Mission Beach.
De rit naar Mission Beach was eveneens prachtig, we moeten eerlijk toegeven dat naast de Westkust van Australie, het Noord-Oostelijke deel met regenwouden, moerassen en bergen erg indrukwekkend is. Evenals Mission Beach, dit is een van de stranden in de regio van Cairns waar het regenwoud tot aan het strand loopt. Heel onwerkelijk gezicht, en zeker de moeite waard om een gezien te hebben!
In de Mission Beach regio hebben we ook moeten lachen om alle borden langs de weg. Australiers maken werkelijk overal verkeersborden voor (pas op blinde voetgangers, overstekende senioren etc. etc.) en: be Cass-O-Wary. Wat slaat op de zeldzame Cassowary’s, een soort struisvogels met mooie blauwe koppen die met uitsterven bedreigd worden.
Alle toeristen-informatie punten spraken vol bewondering over de Cassowary’s, en dat ze zo zeldzaam waren en een belangijke functie hadden in het behouden van het regenwoud. Enige wat wij (en bijna alle andere toeristen in de regio) hoopte was: een Cassowary spotten...
Enfin, nog geen gezien natuurlijk, dus volgende dag op naar de Wallaman Falls, de hoogste waterval van Australie (met een val van zo’n 280 meter). Mooie slinger-bergpas-rit naar het lookout punt gemaakt, en terwijl we reden zeiden we nog: “Deze trip zou toch helemaal compleet zijn als we ook die gekke Cassowary’s zouden zien”. Ik weet niet of dit de manier is om ze net als bij de Chinese afhaal te bestellen, maar twee bochten verder stonden er midden op de weg: jawel, 2 Cassowary’s. Helemaal voor ons alleen! Can you believe it? (zie foto’s Wallaman Falls).
Boven bij de Wallaman Falls gewandeld en van het uitzicht genoten. Carleen zei nog: “Je zou toch wel gek zijn als je hier vanaf zou basejumpen zeg” (voor diegene die niet weten wat basejumpen is: dat is met een parachute ergens vanaf springen voor de kick). Kleine 5 dagen later op de radio: “A Basejumper has been killed trying to jump off Australia’s biggest falls, the Wallaman Falls”. Bizar.
Tot zover het Noord-oosten van Australie, het werd tijd om weer richting het Zuid-oosten te zetten: Arlie Beach. Deze kustplaats staat bekend om de Whitsunday Eilanden groep (zo’n 74 exotische eilandjes). Hier hebben we een mooie “3 Islands cruise” geboekt welke ons naar Hook Island (om te snorkelen), Whitheaven Beach (langste en witste strand ooit gezien) en Daydream Island (Compleet resort op het eiland) bracht. Geweldige dag gehad! Tijdens het snorkelen aten de vissen de stukjes brood gewoon uit m’n handen (envergistezich soms), op Whitheaven beach zitten genieten van het weer, en op Daydream Islandkangoeroes, koraal en de bar-in-het-zwembad bekeken. Heerlijke dag!
Daarna tijd om door te reizen richting Mackay. Eenmaal daar aangekomengeïnformeerdvoor tripjes naar het Great Barrier Reef. Bleek dat de beste trips vanuit Arlie Beach gingen (zo’n 200 km terug). Euh.. shit! En eigenlijk paste het niet in ons budget. Omdat we beide behoorlijk baalde dat we er misschien niet heen zouden kunnen zijn we teruggereden naar de toeristeninformatie. Bleek dat ze een 2e person voor de halve prijs actie hadden. Je raad het al, we hebben besloten om toch maar gewoon te boeken omdat we hier anders heel erg lang spijt van zouden hebben… Dus: 200 km teruggereden.
Bleek een schot in de roos, er was slecht weer voorspeld, toen weer goed, toen weer minder, uiteindelijk: perfect weer! De boot was bijna leeg (44 passagiers, capaciteit 350!). En het personeel bestempelde dit als de “mooiste dag van het jaar tot dusver”. Lucky us! Wederom wegens ons dieet zoveel mogelijk gegeten van alles wat we op de tour kregen, jammie jammie! Een hele dag op een pontoon in het water gelegen waar we vanaf konden glijden door de glijbaan, snorkelen, met boten over het rif varen etc. etc. Beide ge-wel-dig blij dat we dit toch gedaan hebben.
Tijdens het nagenieten van al het moois wat we gezien hebben bracht de snelweg ons bij Hervey Bay. De plek om naar het werelderfgoed eiland: Fraser Island te gaan. Ook hier weer het gepuzzel met ons budget. Beide nog een keer de auto vervloekt bij het zien van de prijzen, en uiteindelijk besloten om toch niet de eendaagse, maar de tweedaagse tour te doen. De eendaagse tour zou een soort: “Hier links zie je dit, kijk even 3 minuten”, “Jongens, de 3 minuten zijn al om, we moeten verder”, “Sorry, het laatste kunnen we niet bezoeken want de Ferry terug naar land missen we anders” worden. Daar hadden we geen zin in.
De tweedaagse tour bracht ons in een iets rustiger (maar alsnog vrij strak schema), naar veel van het moois op Fraser Island. Van Eli Creek naar Indian Head, verschillende grote meren om in te zwemmen en mooie bomen en bospaden. Weerzinwekkende zonsonder- en opgang gezien. Dingo’s die Carleen achtervolgde, grote vissen, schildpadden, te veel om op te noemen vogels en dolfijnen gespot! Een van de leukste dingen was ook nog ons avondmaal. Of, het zelf het voorgerecht van het strand halen voor het avondmaal. Midden op het 75mile strand stopte onze tourguide Simon de auto en vertelde ons allemaal om schelpen uit de grond te graven. Ze waren makkelijk te herkennen, je zag kleine ronde zandkringen waaronder ze zich verstopte. Die hebben we ’s avonds heerlijk opgegeten! Heerlijke ervaring, maar wel echt de allerlaatste tour zo ongeveer...
Onze laatste dagen in Australie komen er inmiddels aan, Sunshine Coast, Brisbane, de Gold Coast, Byron Bay, Coffs Harbour, Gosford en Sydney staan nog op het programma, daarna richting Azie! Zijn erg benieuwd!
Ook zijn we benieuwd naar de reacties op onze foto’s... waarom? Surprise! ;-)
How ya goin’ Buddy?
Als een stel militairen kwamen we aan in Perth, te vol bepakt en bezakt. Één gelukje hadden we wel, tegenover het treinstation was een hostel, waar we nog konden verblijven ook! Na al onze spullen gedumpt te hebben zijn we Perth gaan verkennen. Een erg leuke stad; jawel met een echt shopping gedeelte!
Na twee dagen te hebben ontspannen, konden we eindelijk onze nieuwe aanwinst ophalen. Taxi van het hostel naar pickup plaats gepakt, en eenmaal aangekomen alles geregeld voor onze campervan (die ineens een stuk groter bleek te zijn dan welke we hadden besteld, BONUS! J). Het zat helaas niet echt mee, er moest ook nog een verzekering bij SLIK.. en of we nog even borg wilde betalen SLIKSLIK. Daar ging ons vakantiegeld over de balie... Na een volledige inspectie konden we “Q” op stap. De upgrade van James 007. Aangezien de mannen het bij de BOND company af laten weten gaan we nu voor de vrouwelijke versie namelijk UBQ 107 oftewel Undercover Bond Q 107!
Met Q Pete opgehaald (de roadtrainchauffeur van Caiguna). Met zijn drieën opweg gegaan naar Margret River. Maar niet voordat hij ons trakteerde op een heerlijke lunch. “Part of the deal” zoals hij dit noemde. Margret River staat bekend om haar heerlijke wijnerijen, mooie landschappen, bosgebieden en ruige kusten. Voordat we daar aankwamen hebben we eerst nog een overnachtingsstop gemaakt in Bunberry. Daar heeft Pete (tegen onze zin) een tweekamer bungalow gehuurd. Hij wilde niet dat we al in onze campervan gingen slapen en zéker niet dat wij meebetaalden (zo ging het overigens de rest van het weekend). We voelde ons toch wel een beetje opgelaten. Hoewel ons budget erg geslonken is wilde we niet dat alles voor ons betaald zou worden, zo zijn wij niet.
De volgende dag toch maar even de campervan laten uitlijnen, want hij ging vanzelf links de bocht om. Handig! Maar links rijden betekend natuurlijk niet alleen maar linkse bochten... ;-). Heerlijk om naar een garage te rijden zonder dat je zelf hoeft te betalen. Een uurtje later vervolgde we onze weg naar de wijnerijen. Met pijn in ons hart hebben we er héél veel voorbij moeten rijden. Niet normaal hoeveel wijnerijen dit gebied herbergd. Net een mierennest! De eerste wijnerij was een schot in de roos. Heerlijke wijnen, precies naar onze smaak! Pete zou Pete niet zijn als hij geen vier flessen wijn had meegenomen. “Tasty for with our diner” voegde hij er nog aan toe.
Nog even langs de ruwe kusten gereden, Kangoeroe’s en veel Herten gezien en op de terugweg toch nog maar een mooie wijnerij bezocht. Helaas de wijn was afschuwelijk. Net azijn in plaats van wijn, smaakte echt nergens naar. Stefan kon er smakelijk om lachen, hij was de “Skipper” (oftewel: de Bob), en zag niets anders dan gekke bekken... Ondanks onze vertrokken gezichten hebben we vriendelijk bedankt en zijn we met een glimlach weg gelopen. Zo zijn we dan ook wel weer. Daarna terug gereden naar Perth en een heerlijk wijntje gedronken in het depot (basisstation van de roadtrains waar Pete mee rijdt). Ook wel bekend als Pete z’n tweede huis.
Toen kwam het er een einde aan het zorgeloze weekend, Pete meer dan vriendelijk bedankt voor alles en stomverbaasd waren we toen hij de overgebleven flessen wijn in onze handen drukte. “Voor onderweg, kunnen jullie lekker genieten”. Nu was het toch echt tijd om onze financiele situatie goed te gaan bekijken. Na heel, heel, heul veel rekenwerk, kwamen we erachter dat we ongeveer alle tours die we wilde doen moesten skippen, niet meer op campings moesten gaan staan en in dieët inzetten (2 maaltijden per dag i.p.v. 3) om het financieel te redden. Ouch... Even een ommekeer in onze vakantie dus. Rot James 007... Nog maar meer rekenen dan... Gelukkig hebben we toch een paar tours kunnen incalculeren in de begroting. Met deze nieuwe informatie ging onze nieuwe levenstyle van start. LOW-budget vakantie. Maar hè, we zitten nog steeds in Australië!! :-)
Via Jurrien Bay, zijn we naar Geraldton gereden, waar we Angelika en Achim tegenkwamen. Een Duits koppel dat we in Nieuw-Zeeland hebben ontmoet. Per toeval kwamen we ze tegen bij de bibliotheek en besloten met zijn vieren er een gezellige avond van te maken op een gratis rustplaats langs de snelweg.
Na Geraldton (waar we een aantal dagen hebben rondgehangen), zijn we doorgereden naar Shark Bay. Daar hebben we de oudste vorm van leven ter wereld aanschouwd namelijk: Stromatolitus. Gelopen over Shell Beach, een strand met geen zand maar alléén maar schelpen. Onszelf verbaasd over Little Lagoon, wat zo mooi turquoise is dat je je eigen ogen niet geloofd. Kippevel momentjes. De dag erop naar Monkey Mia gereden, het resort in Shark Bay. En in dit paradijs een van onze vakantie-hoogtepunten tot dusver beleefd: het voeren van wilde Indian Pacific Bottlenose Dolphins. Prachtig, echt wàt een belevenis! De rest van de dag bestond uit snorkelen, in zeewater waar je ook daadwerkelijk iets kunt zien! Daaaaaaaag Hollandse stranden ;-).
Coral Bay was de volgende stop. Je gelooft het of niet maar de paradijsjes overtreffen elkaar.
Hier heerlijk gesnorkeld en het leven onder water goed bestudeerd. De vissen van meer dan 30cm zwemmen je al voorbij als je tot aan je knieën in het water staat. Geen snorkel voor nodig! Ook hier weer een gratis koude douche gevonden (wij blij en opgefrist!). Het snorkelen hier was pas het topje van de ijsberg, het 260km lange Ningaloo Reef zou alleen maar mooier en toegankelijker worden...
Koers naar Exmouth, een lange rit met veel (in Stefan-en-Carleen-taal) kangoeraamtes (iets wat ooit een Kangoeroe geweest moet zijn...), een kangoeluk (Lucky Kangoeroe die op tijd begreep dat een auto “AUW” zou gaan doen) en een paar verse kangoeroadkills (do we need to explain this?...) langs de weg waren we aangekomen bij onze bestemming. Hier weer de tourist uitgehangen en het informatie centrum bezocht. Daar één Walvishaai-tour geboekt voor Stefan (LOW-budget, geen geld voor twee L).
Daarover later meer, eerst zijn we nog even samen gaan genieten van het mooie Cape Range National Park (het park dat waarlangs het verbluffende Ningaloo Reef ligt). Je kunt hier létterlijk vanaf het strand het rif binnenwandelen. Vele malen toegankelijker dus dan zijn Oostelijke broer: het Great Barrier Reef. Twee heerlijke dagen gehad, met veel, heel veel snorkelavontuur. Mooie vissen, nog mooier koraal, een brandende zon en het pronkstuk: samen een zeeschildpad achterna zwemmen.
Stefan had zich er lang op verheugd en eindelijk was het dan zover, snorkelen met een walvishaai! Terwijl Carleen lekker aan het bruinen was bij het zwembad, werden wij ergens in de oceaan in het water gedumpt voor onze proefduik. Nog verbaasd over hoe helder en blauw het water was, kwam de volgende verrassing: vijf rif haaien die onder ons zwommen. Koel! Daarna terug op de boot werd ons programma iets omgegooid, het spottervliegtuigje had de eerste walvishaai al gespot! De boot zette dus koers die kant op.
Na nog meer uitleg over de “Code of Conduct” (de afspraken die het Australische Ministerie gemaakt heeft omtrent het zwemmen met Walvishaaien) mochten het water in voor onze eerste ontmoeting met de grootste vis in de oceaan: de Walvishaai!. Dat deze grootste vis in de oceaan niet echt een gevaar voor de mensheid is blijkt wel: hij eet namelijk alleen maar plankton (hele kleine visjes, krabbetjes etc.)... Niet bepaald beangstigend dus...
Nadat onze spotter (noem het een groepsleider) het water in was gesprongen en de Walvishaai gespot had, riep de Tourleider dat onze groep het water in mocht! EIN-DE-LIJK! Ben onderweg naar hem toe Pieter van de Hoogenband flipperend voorbijgegaan en kwam als eerste bij onze spotter aan. Zo’n 10 meter onder ons zwom de Walvishaai, prachtig! Het was alleen van korte duur... onze vriend zag ons en dook naar onbekende diepte (de enige verdediging die de Walvishaai heeft tegen dingen die in zijn ogen bedreigingen zijn). En weg was ‘ie... Niemand anders had ‘m gezien, muhaha!
Terug aan boord werd ons verteld dat de volgende Walvishaai al gespot was, een van zo’n 3,5 meter. Hop die kant op, en heerlijk mee gesnorkeld. Onbetaalbare momentjes! Deze kleine rakker was wel geïnteresseerd in ons en bleef rondjes om ons heenzwemmen (da’s pas makkelijk!). Na een uur was onze tijd met deze Walvishaai op, en gingen we richting de volgende: een van 6,5 meter! Potjandikkie, wat zijn het ge-wel-dige beesten om te zien zeg! Heerlijk rustig zwemmend door het water, plankton etend, en zich absoluut niet storend aan onze aanwezigheid. Een geweldige dag!
Daarna nog vrij mogen snorkelen in het rif, paar haaien gezien, mantaray’s en zelfs nog twee zeeschildpadden. Jazeker, het Ningaloo Reef raad ik aan iedereen aan! Wat heb je nodig om het mooiste onderwaterleven te zien? Één snorkelset (eventueel flippers) en een paar benen. Klaar en genieten maar!
Na Exmouth zijn we volgas doorgereden richting Broome, een prachtig plaatsje langs de Indische Oceaan. Helaas konden we het “Eighty Mile Beach” niet bereiken met onze Q. Hier genoten van het mooie stadje, de Boab bomen, een Matso’s “Chango Beer”, wedges en een vreugdedansje of 10 gemaakt bij het zien van de benzineprijzen! Er waren weer redelijk betaalbare prijzen, dus voor Q goedkoper: REIZEN!
We gaan nu op naar de Nationale Parken Kakadu en Litchfield, daarna koers naar Queensland! Op naar de bewoonde wereld! Nogmaals bedankt voor alle leuke, originele en lieve reacties, we genieten er iedere keer weer van, heel, heel tof!
Take it as a part of the adventure…
Ga er maar eens goed voorzitten dames en heren, pak wat eten... wat te drinken... maak nog even een toilet-stop en begin aan het verhaal. We zullen het (tegen beter weten in) proberen zo kort mogelijk te formuleren...
Oke we zijn de rotste niet, voor diegene die geen eten, drinken een goede stoel of toilet-stop kunnen maken, hierbij de korte versie van het verhaal: Stefan en Carleen in Australie - Mitsubishi Magna Executive 4 cylinder red colored black tinted windows double exhaust and two window swappers – op naar de outback – REGEN – Floodways? – Ahhh Floodways! – motor zonder diploma – Kings Canyon – Uluru – Dingo – Olga’s –20 meter Off Road – Kangoeroe’s?, Kamelen! – Strand – 19 liter olie (onder de auto) – Auto start niet – ow toch wel – Snel weg – Toch maar even slapen – Dus auto uit (FOUT) – Wakker worden – Nog meer olie (onder de auto – Geen bereik – Geen ANWB – Geen gereedschap – Lieve mensen die helpen – 40 km teruggesleept – oliefilter kapot – wachten op een nieuwe oliefilter – is de korte versie nou lang aan het worden?? – Wauw een road train – om gebouwde bus als huis?! – Nieuwe oliefilter werkt niet – Dan maar auto dumpen en liften? – rode auto dumpen tussen rood zand valt niet op – Lift gevonden (zelfs met de auto) – andere wrakken ophalen – Kalgoorlie – Auto voor de garage – Slapen – Einde van James 007 – met de trein naar Perth – aardbeving – nieuwe campervan ophalen
De gecensureerde versie hierboven bevat niet alle mooie momenten, daarom voor de liefhebbers, (jullie allemaal dus) ;-) het hele verhaal.
Nadat we in Adelaide de supermarkt hadden leeggekocht om de Outback te overleven, en een ritje gemaakt hadden over het oude Formule 1 stratencircuit (welke eindigde toen we het rechte stuk opwilde) zette we koers richting de Outback. De Outback staat bekend om haar enorme droogte en hitte, Carleen wist dit al, maar wist niet dat we niets van dat alles zouden meemaken... Nee, als wij ergens komen, is het altijd anders. Dus, Nederlands weer in de Outback. Regen, regen, storm, bliksem, storm, nouja, Nederlands weer was er niets bij. Met de auto op naar de Kings Canyon en Uluru, hup de weg op, paar spetters. Bus reed wat zachtjes, dus we dachten, daar gaan we langs. Het viel ons wel op dat de weg er niet helemaal als asfalt uitzag toen we de bus passeerde: het leek de Rijn wel... Jazeker, James ging er aquaplannend overheen. Aangesloten achter de bus, dat tempo was misschien toch wel beter ;-).
De bordjes Floodway langs de weg kregen ineens betekenis, zou het dan iets met water te maken hebben? Jep, overal rivieren over de weg, de een nog dieper dan de andere... James 007 leren zwemmen en geslaagd voor z’n A-diploma, maar bij het behalen van z’n B ging ‘ie bijna koppie onder. Tsja, wat moet je doen als er tegenliggers aankomen midden in een Floodway? James 007 heeft zeker een uur lang met mokkende motor onze nieren wakker geschud. Maaarrrrrrrr: bestemming bereikt! Kings Canyon, prachtig gebied, lekker gewandeld met 35+ graden. Dus niet alleen regen.
’s Avonds pannenkoeken gebakken met onweer (een aanradertje), de storm bleef blijkbaar wat dagen langer hangen... Volgende dag vroeg op naar Kata Tjuta National Park (Uluru), en jawel, daar stond ook alles onder water, leuk! We mochten van geluk spreken, want weinig mensen zien die ene rots met dit weer (jaja, wij hadden stiekem toch liever GEEN Nederlands weer gehad). Zonsondergang + opgang + ondergang + opgang bekeken, naar de Olga’s geweest, groeten gedaan aan de vlinders en hagedissen, en plots stonden er KAMELEN op de weg?!? Huh?! Legendarische plaatjes geworden!
Na Uluru zijn we als de kamelen teruggereden door een groot deel van de Outback, 1000km op een dag, goed te doen (uhuh). Onderweg een mooie horror camping gezien met bewoonde douches, gaten in de grond bij Coober Pedy (Opaal mijnen), goede lokale verhalen van Aussies gehoord en zelfs foto’s van ’s werelds grootste Militaire oefenterrein in Woomera gezien!. De mooie anekdote aldaar van de campingeigenaar is hilarisch! In 2002 had het leger de toon gezet voor een limiet op het max. aantal ton op te blazen dynamiet. Ze hadden namelijk 70 ton dynamiet opgeblazen (de limiet werd daarna op 17 ton gezet).
Waarom? De glazen van de lokale supermarkt (70 km verderop) waren er allemaal uitgeblazen, en in omliggende dorpen honderden km’s verderop waren de noodalarmen afgegaan en alle mensen naar bunkers gebracht. Men dacht dat er een grote ramp gebeurd was. Maarrem, het leger was gewoon aan het spelen heheh...
Onze tocht voortgezet, en in 1,5 de Outback uitgereden (zonder bekeuringen hehehe), op naar Norsman (dachten we). Eenmaal op weg naar Norsman kregen we 30 km voor Kimba weer de nierbehandeling van James 007. Auto langs de weg geparkeerd en voordat we uitstapte stonden er al auto’s om ons te helpen, we love Australia!. James 007 weer aan de praat gekregen, en huppa op naar Kimba, afslag Garage... James 007 laten nakijken, niets gevonden. Dus, op naar Ceduna. Prachtig plaatsje en daar heerlijk van het strand genoten. Stefan z’n eerste indruk van de Aboriginals opgedaan, erg euh, bijzonder.
Volgende ochtend auto gestart, huh, olielampje aan? Even het peil checken dan... Nou, dat lag onder de auto! DUS... Snel hulp gekregen, was alleen de oliefilter zei men. Lift gekregen van onze buurman op de camping naar het dorp, nieuwe oliefilter gekocht en die met de buurman en campingeigenaar ingebouwd. Nieuwe olie erin, auto aan, en huh... alle olie weer op de grond. Auto nog een keer aangezet met motorklep open, en bleek dat de oliefilter heel even van het motorblok afklapte bij het starten, en vervolgens liep de olie er dus iedere keer uit... Dan maar de RACV (ANWB) bellen. Kwam een Gallier van een monteur aangereden (zonder gereedschap – goed voorbereid), en natuurlijk ging de auto zonder problemen aan. Hup, naar de garage. Nog een keer gekeken, niets aan de hand. Motor klonk wel wat zwaar, en raar zei ‘ie. Testritje gemaakt met de Gallier, zijn oordeel was: deze auto gaat het zeker niet redden tot Perth. Je kunt hem beter hier zien te verkopen aan een sloop, of dumpen... Slik.
Alle opties bekeken om de auto te dumpen in Ceduna, niets naar onze zin. Eerst terug naar de camping om de mensen te bedanken voor hun hulp. Stomverbaasd ook! Campingbaas kwam langs en gaf zijn idee over de situatie. “Take it as a part of the adventure, and see how it goes. The car might bring ya 15km’s far, as well as 500 km’s along the Nullabor”. Daar had ‘ie wel een goed punt! Dussss, wij de auto in. Hadden 22 uur te gaan tot aan Perth (2000 km), en gelijk 1000 km afgelegd. Toen heeeel even langs de 90 mile straight gestopt voor een powernap. Dus, de auto uitgezet. Oeps!
Volgende ochtend de auto starten om verder te rijden, helaas al het olie lag er weer onder. En wat moet je dan om 5 uur s’ochtends op een rustplaats in the middle of nothing? Juist! Wachten tot andere mensen wakker werden. Gelukkig zijn de mensen hier begaan met elkaar en kwam er hulp. Alle opties heroverwogen, een paar wannabee monteurs annex buren naar de auto gekeken, al het gereedschap bij elkaar gezocht, maar helaas, James 007 kregen ze niet aan de praat.
40 km teruggesleept door onze buurman van de rustplaats naar het dichtsbijzijnde roadhouse: Caigoona. De man die ons bracht, had zijn caravan afgekoppeld en zijn golfdag uitgesteld om ons te kunnen brengen. Supertof! In Caigoona hadden we meer kans om de auto te laten fixen, en ja we hebben geluk! De bazin van het roadhouse is toevallig in Norsman (een dorp zo’n 300 km verderop, haar opgebeld en zij nam een nieuwe oliefilter mee. Dat zou namelijk het probleem zijn volgens een van de wannabee monteurs. De beste man nog voor ons gecheckt bij een garage of we geen verkeerd type filter op de motor hadden, nope. Alleen het merk wat wij hadden zou niet goed zijn en over heel Australie dit soort problemen geven... ja er is hoop...
Een lange dag wachten (Road train van binnen gezien, thee gedronken met locals in hun tot huis omgetoverde bus, soep gekregen en 40 dollar van wat mensen in het Roadhouse. “We’ll look a bit after you” was de boodschap, lief!). De bazin was inmiddels gearriveerd! Vol verwachting draaide we de nieuwe oliefilter erop. Negatief, werkte niet. 3 keer is geen scheepsrecht op the Nullaboor. Helaas, geen redde meer aan. Dan de auto hier maar dumpen, duur geintje maarja niets meer aan te doen L. ’s Avonds tanden poetsen, slapen en klaarmaken voor een lange dag proberen te liften...
Maar toen: we liepen terug van het tandenpoetsen door het restaurant (i.p.v. buiten het gebouw om), want dat was warmer. Daar zaten Donny en Geoff, “ Car troubles?” vroeg Donny. Het hele verhaal uitgelegd. Wat een geluk!, eens in de twee jaar worden alle autowrakken opgehaald langs de kant van de weg (dat zijn er nogal wat). Dit was hun job, dus wij blij! Hoe groot is die kans?!
De volgende dag werd onze auto op hun trailer geladen en ons een lift aangeboden naar Kalgoorlie, zo‘n 500 km verderop (HELEMAAL GRATIS). Kwam goed uit want ons RACV lidmaatschap vergoedde wel 40 km slepen, kansloos! Geoff bleek een garage te runnen en bracht onze auto daar. (bleek ook een goede tourguide! hij heeft ons de grootste goudmijn ter wereld – de Superpit – laten zien. Heel indrukwekkend.
De dag daarop zou zijn broer bij z’n garage naar onze auto kijken. Helaas wat we al dachten de auto is niet meer te maken, de kosten voor reperatie waren duurder dan de auto.. even denken dat geld hebben we niet. Nog geprobeerd de auto aan een sloop te verkopen, maar daar konden geen auto’s meer bij... (can you believe it?) De beste sloopdirecteur haalt de auto waarschijnlijk volgende week op, want zo hoefde hij niets aan ons te betalen.. jaja goede grap. Die marketinggeintjes kennen we... Anyway hier dus het einde van James 007, geen avonturen meer voor hem en dag investering.
Nummerplaten ingeleverd bij de regering, auto uitgeschreven en geparkeerd voor de garage. Verkeerde sleutel in het stopcontact laten zitten, auto in de versnelling gezet en de handrem erop (oeps). Lastig met wegslepen zeg..., maar daar komt de kerel van de sloop vanzelf wel achter ;-). We zijn er klaar mee!!!!!!!!!!!!!!!!
Op naar het volgende avontuur... De trein naar Perth gepakt (superdelux, zitten nog meer televisies in dan de meeste elektronicazaken), onderweg twee films gekeken en op een half uur na een aardbeving gemist van 4.8 op de schaal van richter, wat een geluk, verder naar ongeveer hetzelfde landschap zitten kijken de hele rit... Via internet een campervan gehuurd, kunnen toch moeilijk gaan wandelen hier... Toch alles geregeld, kunnen in ieder geval weer verder...
In memoriamMargaretha Seyke van Norden-van Domselaar
1927-2010
Zo ver weg, maar toch dichtbij
In mijn hart, altijd bij mij
Rust zacht lieve Oma.
The name is Bond, James 007 Down Under Bond…
Wisten we jullie in ons laatste bericht nog te vertellen dat we naar snelle Formule 1 auto’s aan het kijken waren in Albert Park, inmiddels hebben we een prachtexemplaar voor onszelf! James 007!
Nadat we een weekend geweldig hebben genoten, en gepoogd tot rust te komen (geloof ons, zelfs snerpende V8 motoren hebben na meer dan 10 minuten iets rustgevends...), zijn we op pad gegaan om zelf een auto te scoren. Begonnen in de Aston Martin zaak, kwamen we er toch achter dat we iets meer low-budget moesten gaan zitten... Helaas, niet alles blijkt deze vakantie te lukken met onze prodent-glimlach...
Op naar de backpacker-aanbiedingen dus! Al snel kwamen we enkele mooie autotjes tegen, ons bent zuunig, dus we gingen flink low-budget zitten. Jaja, we hebben er flink op los lopen afdingen, met goed resultaat! Onze heuse eigen Mitsubishi Magna Executive 4 cylinder red colored black tinted windows double exhaust and two window swappers! James Bond style welteverstaan! We horen jullie vragen, waarom James Bond style? Nou dat zit zo, ons nummerbordje is custom made, met 007 erop! Zo hebben we toch nog een beetje het Aston Martin gevoel ;-).
Hier in Australie heeft iedere staat zijn eigen regels om een auto te registeren en op naam te zetten. En om onze Mitsubishi Magna Executive 4 cylinder red colored black tinted windows double exhaust and two window swappers helemaal van ons te maken, moesten ook wij dit doen! Dus op naar het VicRoads kantoor. Zo gezegd zo gedaan. Na een zoektocht van 20 kilometer op 4 vierkante kilometer was het kantoor gevonden. Eitje bakkie!
In het kantoor netjes een nummertje getrokken, gewacht, gewacht, ..., en ja aan de beurt! Al onze papiertjes klaar, prodent-glimlach weer op en hup. Er ontbrak EEN papiertje. Namelijk die van ons adres in Melbourne. DUS! Op naar de bank, voor een bankstatement waarop ons adres stond, geen probleem dachten we, want het bankaccount was de dag ervoor geregeld, sluwe vossen als we zijn.. uhuh...
Aangekomen bij de bank, blijkt dat er geld op de bankrekening moest staan om een bankstatement te verkrijgen. Uhh, dat nut hadden we nog niet ingezien, maar beide hadden er wel aan gedacht, alleen niet gedaan. Geen probleem zou je zeggen, zet er wat geld op en volgende dag statement halen. Maarrrr, niet als het PASEN is... Dus, vier dagen wachten. Ons kennende, gaan we natuurlijk niet op ons luie kont zitten, dus hup, dan maar door crossen vanuit Melbourne, via de Great Ocean Road naar de Gramphians (nog even een wandeltochtje doen, hebben de smaak te pakken), en op de dinsdag na pasen dan maar de auto registeren.
Eenmaal 1000 kilometer met James 007 hebben we Koala’s gespot, pannenkoeken gegeten met Kangoeroes, 12 of 11, of 10, of 9, of 8, of zijn het er nou 7 Apostels gezien, vuurtorens gespot, dus geklommen naar een mooi uitzichtpunt boven de Gramphians, geslapen met James 007 op een parkeerplaats aan het strand van Adelaide en hem eindelijk op onze naam gezet! Dank u bank, dank u VicRoads, en dank u Pasen... We have our own car!
Nu op het randje van Adelaide op een camping, morgen even het stratencircuit bekijken en groots inslaan voor onze tocht door de Outback. Op naar Uluru en vervolgens Perth. Dat gaat de komende dagen geen internet meer worden ;-)...
Heel veel liefs van ons, geniet van de foto’s en tot het volgende berichtje!
In Memoriam, Joop van Pinxteren (1933-2010). Altijd in onze gedachte...
Dol-fijn in Kaikoura!
Hallo allemaal, nogmaals ontzettend bedankt voor de lieve en leuke reacties en smsjes die we van jullie ontvangen. Het maakt ons nog vrolijker iedere keer!
Tijdens het vorige verhaal hadden we jullie al verteld hoe vreselijk Kaikoura is. Nou, we hebben er nog meer over te melden... Misschien vragen jullie je af waarom, nou euh... gewoon... omdat Kaikoura een mooi paradijsje is. En wij houden nu eenmaal van paradijsjes!
Kaikoura in een notendop, de Adelphi-lodge, zon, zon, zee, strand, dolfijnen, kreeften, walvissen, Coopers Catch, Strawberry Tree, en Bush and Sea Bed en Breakfast.
Ons verblijf was in de Adelphi lodge, een oudbollig hostel met erg aardig personeel en vol gaten als het regende. Om ons verblijf hier ons hele leven lang te heugen hebben we hier gewerkt voor accomodatie. Een sollicitatie was niet nodig, na één keer ons eigen bed te verschonen werden we gewoon uitgenodigd om te komen werken. Het personeel had oog voor kwaliteit ;-). Elke dag twee uur bedden opmaken, douches, toiletten en kamers schoonmaken betekende gratis verblijf.
Iets wat ons nog meer is bijgebleven is ons eerste activiteit in Kaikoura. 05.00 uur s’ochtends ons bed uit..., maar dan heb je ook wel een mooie zonsopgang en zwem je tussen 500 dolfijnen. Niet overdreven! Een geweldige ervaring om tussen deze speelse en enthousiaste beesten te zwemmen. Vooral de interactie met de dolfijnen zelf is onbetaalbaar. Omdat wij het zijn besloten de pods (groepen) dolfijnen erg ver weg te zwemmen. Normaal gesproken zit je 5 tot 30 min. op de boot en komen de eerste dolfijnen al voorbij springen. Bij ons dus niet :s. We hebben een klein uur gevaren en waren net op het punt van terugkeren, toen er twee groepen dolfijnen van ± 250 ieder aan kwamen zwemmen. Tijd om ons snorkel outfit aan te trekken, de zee in en gekke geluiden te maken zodat de dolfijnen nieuwschrig worden. Natuurlijk lukte dat en hadden we al snel wat vrienden gemaakt. Een geweldige ervaring!
Na een heerlijke zonovergoten dag, inclusief ons dagelijkse wandelingetje naar de Whale Watch kassa, werd de avond bijna dagelijks afgesloten in de lokale live music pub: de Strawberry tree. Stefan heeft via vrienden een adres gekregen van familie van hun in Nieuw-Zeeland. Zij runnen een Bed and Breakfast in Kaikoura. Bij de plaatselijke VVV kwamen we erachter dat beide familieleden muziek maakte. Eenmaal in de Strawyberry Tree aangekomen stond daar, jawel: Scott (van de Bed and Breakfast). Nadat Stefan samen met hem muziek had gemaakt, was het tijd voor de kennismaking. Scott totaal verbaasd dat wij naar zijn vrouw (Yvonne) vroegen, wij helemaal in een deuk omdat we eigenlijk al kende via hun Nederlandse familie. Een leuke kennismaking!
Scott nodigde ons vervolgens uit om de volgende dag thuis langs te komen, en zo zijn vrouw, zoon en dochter te ontmoeten. Na een superhartelijk welkom volgde daar de uitnodiging voor een diner. Dat konden we natuurlijk niet afslaan. Sinds die tijd hebben we veel samen met Scott, Yvonne, Helena en Ben gedaan, waaronder diners, lunches, BBQ’s en vooral veel lachen en kletsen! Tijdens het kletsen vertelde Scott en Yvonne over de Mount Fyffe. Een bergje voor hun begrippen, voor ons een MEGA BERG. Er liep een mooi Hike-parcours over de berg, die we volgens hun echt moesten proberen! En zo geschiedde. Wij volledig bepakt en bezakt richting de berg (ondertussen ook echte hike-gears gekregen van Scott, we waren niet goed voorbereid... duhuh). Bij de berg slechts 1602 meter steil omhoog gelopen, gezwoegd, gekropen door wolken, over steentjes met prachtige uitzichten. Aangekomen bij de hut op 3/5e van de berg waren we ka-pot! Vroeg naar bed gegaan, om de volgende ochtend rond 05.00u op te staan, de zonsopgang de bewonderen en het hoogste puntje van de berg te bereiken. Waanzinnig!
Na deze prachtige ervaring hebben we een week lang bijna niet meer kunnen lopen. Spierpijn alom... DUS: tijd om te lantefanten! En dat kan goed in Kaikoura. Heerlijk zonnetje, stukje fietsen (au), op het strand liggen, Fish&Chips halen bij Coopers Catch, naar de supermarkt, naar de Bakker, schoonmaken en films kijken! Welkom in Kaikoura ;-).
De laatste dag in Kaikoura heeft Scott ons meegenomen om te gaan Zeevissen. Supercool!! En het blijkt dat er weer twee Zeevis talentjes gevonden zijn, want ja: we hebben ons avondmaal gevangen! Los van de haaien en giftige vissen die we ook gevangen hadden, maar niet meegenomen, hadden we wat prachtige exemplaartjes om op te eten. Zelfs nog Albatrossen gezien (die zijn grooooot zeg!).
Eenmaal terug van het vissen heeft Carleen de boot schoongemaakt en Stefan geleerd hoe vis te fileren. Naja, hoe nog half levende vis te fileren... Carleen had de boot (en Helena en Ben) prachtig schoongespoten (hehehe), en hielp ondertussen met de voorbereidingen van het diner. Scott, Stefan en Ben kwijt... Die stonden heerlijk muziek te luisteren en maken in de muziekstudio van Scott! Nadat iedereen gevonden was, en een aantal wijntjes verder, hebben we genoten van ons heerlijk versgevangen (en nu wel dode) diner!
De tijd in Kaikoura (en Nieuw-Zeeland), is er eentje om nooit meer te vergeten. Prachtig land, lief volk, behulpzaam en altijd goed gemutst. Maar vooral Kaikoura, Yvonne, Scott, Helena en Ben hebben een speciaal plekje in ons hart gekregen. Wat een ontzettend lieve, aardige mensen!
Inmiddels zijn we weer een hele tocht verder. 24 uur geleefd als zwervers... gelopen en gelopen en gelopen door Christchurch, geslapen op de grond van het vliegveld (welke ook gewoon dicht gaat :s), oprot-tax betaald om Nieuw-Zeeland te kunnen verlaten, en met chronisch slaaptekort geprobeerd te slapen in het vliegtuig terwijl een kind achter ons liep te schreeuwen. We love to travel!
Gebroken aangekomen in Melbourne, maar Australia is it again! Ingecheckt in het hostel en daar zagen we dat de Grand Prix al was begonnen. Of in ieder geval het evenement. Wij beide in de stress... de kleine lettertjes bij onze kaartjes zeiden toch echt: ophalen vóórdat het evenement begint... Gelukkig na een ferme wandeling bij 29°, onze tickets gevonden. Niets aan het handje!
Vandaag bij de eerste vrije trainingen van de Australische Grand Prix geweest. We hebben mooie plekkies vlak langs de baan op een tribune, heerlijk in het zonnetje gezeten! En ja, de auto’s gaan nog steeds snel! Onze gebarentaal skills gaan er ook op vooruit, tijdens zo’n weekend ;-).
Veeel liefs van ons... en tot snel!
(P.S. er zijn nog meer nieuwe foto’s toegevoegd in het Kaikoura album!)